In Grondwettelijk

[Vlak voordat ook in New York de scholen dichtgingen begon ik onderstaand artikel.  De vraag is of te midden van steeds verdergaande lockdowns over het hele land het Hooggerechtshof nog zaken gaat horen en/of uitspraken gaat doen.]

Senator Chuck Schumer, de leider van de Democraten in de Amerikaanse Senaat, kwam laatst flink onder vuur voor zijn vurige verdediging van het recht op abortus. In een ongelukkige dan wel opzettelijk provocerende speech bij een pro-choice demonstratie waarschuwde hij twee door Trump benoemde rechters bij het Amerikaanse Hooggerechtshof dat zij een prijs zouden moeten betalen, ogenschijnlijk voor hun anti-abortus standpunten. Het kwam over als een stunt, om een hard ideologisch punt voor de Democraten weer voor het voetlicht te brengen, want het abortusrecht staat dit voorjaar mogelijk op het hakblok van het Hof. En de rol van het Hooggerechtshof staat weer vol met controversiële onderwerpen.

Constitutionele controverses

De Amerikaans Grondwet is een fascinerend document dat een disproportionele rol speelt in de Amerikaanse politiek en de cultuur. Via gerechtelijke uitspraken van met name het Amerikaanse Hooggerechtshof worden grote veranderingen in de maatschappij juridisch vastgelegd, of wordt de maatschappij via het/ recht een bepaalde kant op gedwongen. In 2017 en ’18 was de zogenaamde ’travel ban’ een ‘First Amendment’ issue voor het Hooggerechtshof, en werd in 2019 gestreden tussen de President en het Congres om de grondwettelijke machtenscheiding en checks and balances. In 2020 komen meer klassieke controverses weer aan bod: het recht op abortus, wapenwetgeving en burgerrechten (dit keer voor de LGBTQ gemeenschap).

Het recht op abortus 

Het recht op abortus van een vrouw, is vooralsnog verankerd in Roe v. Wade, een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1973. Rechter Harry Blackmun die de uitspraak schreef voor de meerderheid (7 voor, 2 tegen), zei bij zijn pensionering in 1994 dat hij het nog steeds een juiste beslissing vond. Maar de uitspraak is op juridische, ethische en religieuze gronden veel bekritiseerd. Maatschappelijk gezien wordt de uitspraak en veroordeeld omdat abortus moord zou zijn. Niettemin lijkt het recht op abortus geaccepteerd en verankerd te zijn onder een meerderheid van de bevolking, maar gaat de strijd vanuit het zogenaamde ‘pro life’ (bescherm het ongeboren leven) kamp door. Het ‘pro choice’ kamp (bescherm de keuze van de vrouw) is voortdurend op haar hoede om het recht te bewaken. Het is immers gebaseerd op een gerechtelijke uitspraak die in theorie ongedaan kan worden gemaakt als het Hooggerechtshof een samenstelling van rechters heeft die in meerderheid conservatief en pro-life is. Roe v. Wade is wat heet een litmus test voor juristen die door een president worden voorgedragen voor het Hooggerechtshof.  

Privacy

In essentie is het recht op abortus gebaseerd op een recht van privacy. Dit recht wordt nergens genoemd in de Grondwet, maar werd in eerdere uitspraken gebaseerd op verschillende grondwettelijke amendementen. Een algemeen recht op privacy wordt afgeleid uit het 3e, 4e, 5e, 9e en 14e amendement. Het 3e en 4e amendement impliceren volgens het Hooggerechtshof een privacy-recht ten aanzien van het eigen huis en bezittingen. Privacy op basis van het 5e en 14e amendement heeft iets meer tekstuele houvast met het woord ‘liberty’, in de zgn. Due Process clausules van deze amendementen. Het concept ‘liberty’ omvat een sfeer van individuele autonomie, persoonlijke identiteit waar de overheid niet zomaar in mag treden. Ook aan de zgn. Equal Protection clausule van het 14e amendement is meerdere malen een privacy recht ontleend. Het 9e amendement bepaalt dat rechten die niet opgenomen zijn in de Grondwet of de amendementen voor het individu behouden blijven. De vraag is natuurlijk welke rechten dat zijn. Privacy op basis van het 9e amendement verondersteld dus dat privacy al bestond voordat de Grondwet en de amendementen werden aangenomen.

Roe: Privacy = recht op abortus

Het abortus recht dat werd bepaald in Roe v. Wade bouwt voort op privacy jurisprudentie ten aanzien van intieme, seksuele relaties en het huwelijk. In Skinner v. Oklahoma ging het over voortplanting en sterilisatie. In Eisenstadt v. Baird en Griswold v. Connecticut en zette het Hof verboden op het verstrekken en gebruik van anti-conceptie middelen opzij. In Loving v. Virginia ging het om een verbod op interraciale huwelijken. In die persoonlijke, intieme sfeer zijn er individuele keuzes te maken waar een overheid niets tot weinig te zoeken heeft. Het abortus recht is dus een recht om te kiezen, als een privacy kwestie onder het 14e Amendment. Rechter Blackmun liet die conclusie voorafgaan met een uitgebreid exposé over de geschiedenis van anti-abortuswetten en medische meningen over abortus. Die historische expositie bevatte medische details over de verschillende stadia van zwangerschap en de ontwikkeling van de foetus. Blackmun greep deze details aan om het door hem vastgestelde abortus recht alsnog te beperken. 

Roe: levensvatbaarheid en regulering van abortus

Ondanks de intieme keuzevrijheid van de vrouw om een abortusbeslissing te maken is deze niet absoluut en mag de Staat het recht reguleren als er een ‘compelling state interest’ in het geding is. De vraag is wanneer er sprake is van een ‘state interest’ en in hoeverre er gereguleerd mag worden. De wet in Texas waar Roe bezwaar tegen maakte, verbood abortus in zijn geheel en met slechts één uitzondering, namelijk voor het redden van het leven van de moeder. Het Hof wilde niet meegaan met de theorie dat een foetus voor de wet een ‘leven’ is vanaf bevruchting, of de theorie dat een foetus pas een ‘leven’ is na geboorte. De aanknopingspunten voor regulering zijn voor het Hof de gezondheid van de moeder aan de ene kant en de levensvatbaarheid van de foetus (‘potentiality of life’) aan de andere kant. In het eerste trimester is de vrouw vrij een abortus te verkrijgen in overleg met haar arts. Vanaf het tweede trimester mag de staat de abortus ingreep reguleren om de gezondheid van de moeder te bewaken. In 1973 was de medische consensus dat een foetus levensvatbaar is na 24 weken. Het Hof redeneerde dan ook dat de Staat een belang had bij het beschermen van de levensvatbare foetus vanaf dat moment, het derde trimester. Sterker nog, de Staat mag het abortusrecht dan reguleren of zelfs verbieden, behalve wanneer abortus nodig is voor behoud van het leven of gezondheid van de moeder.  

Abortus restricties: ‘Undue burden’ 

Het abortusrecht dat in Roe wordt neergezet is dus niet ongelimiteerd, en lijkt zelfs veel op de relevante Nederlandse wet- en regelgeving, inclusief de 24 weken grens. Daarna is in Nederland abortus onrechtmatig, tenzij er zwaarwegende medische redenen zijn. Hoe redelijk het ook voor veel Nederlanders in de oren mag klinken, zijn er in de VS talloze pogingen ondernomen om abortus verder te beperken. In de zaak Planned Parenthood v. Casey lukte het om het abortusrecht weer voor het Hooggerechtshof te krijgen. Het Hof bevestigde hierin echter de redenering en conclusie in Roe, onder andere van op basis van het principe van stare decisis – dat eerdere uitspraken zoveel mogelijk gevolgd moeten worden – en dat in de twee decennia tussen Roe en Casey, het abortusrecht een belangrijk recht is geworden in het leven van vrouwen. Tegelijkertijd keurde het Hof een aantal beperkingen op abortus goed, op basis van een ‘undue burden’ test.  Een beperking op abortus mag niet een te grote belemmering zijn voor het verkrijgen van een abortus. Een bepaling dat de echtgenoot van een vrouw geïnformeerd moet zijn en toestemming hebben gegeven voor abortus gaat daarom te ver. Maar de verplichting van instemming van een ouder voor de abortus bij een minderjarige niet. Evenmin was een verplichte 24-uur wachtperiode en het ontvangen van informatie over hoe de abortus procedure precies verloopt voor de foetus onrechtmatig. Het trimester-schema werd wel afgewezen en het moment van levensvatbaarheid is het enige moment waarna de belangen van de Staat in het beschermen van het ongeboren kind een belangrijke rol krijgen.  

Kritiek en nieuwe uitdagingen

Maar ook na Casey bleven de bezwaren overeind. De minderheid van de rechters in Casey verwierpen het algemene recht op privacy of dat een abortus recht een logische of natuurlijk uitvloeisel zou zijn van andere privacy gerelateerde rechten. De maatschappelijke tegenstanders van abortus richten nu ook hun pijlen op het moment van levensvatbaarheid als scharnierpunt voor overheidsbemoeienis, aangezien door nieuwe wetenschappelijke inzichten en medische technieken een foetus eerder buiten de moeder kan overleven. Maar hun uiteindelijke doel is natuurlijk het illegaal maken van abortus in elk stadium. Tot die tijd wordt de ‘undue burden’ test verder aangegrepen om de grenzen van abortusrecht te verleggen.

Abortus in New York en Virginia

Door het gebrek aan nationale abortuswetgeving en de onzekere basis van het abortus recht in een gerechtelijke uitspraak, zit ook het pro choice kamp niet stil. In New York werd in 2019 een wet aangenomen waarin abortus stevig werd verankerd. Abortus is rechtmatig als het binnen de 24 weken van het begin van de zwangerschap is, of de foetus niet levensvatbaar is, of als het nodig is om het leven of de gezondheid van de patient te waarborgen. Opvallend is dat in de beschrijving van de ‘legislative intent’ van de wet wel wordt gesproken over het belang van de staat in het beschermen van de gezondheid van de moeder, maar niet van het staatsbelang in het beschermen van de zogenaamde ‘potentiality of life’.  

In Virginia kreeg voorgestelde abortuswetgeving veel meer tegenstand. Daar beoogde het wetsvoorstel vooral allerlei procedurele vereisten te schrappen. Zoals de plicht om minstens 24 voor de ingreep een echo van de foetus te ondergaan; het verminderen van het aantal artsen om de ingreep goed te keuren (van 3 naar 1); het ontvangen van oa gedetailleerde informatie over hoe de ingreep verloopt en informatie over mogelijke alternatieven voor abortus. Kortom allemaal obstakels voor de vrouw die een abortus wil. Maar de wet versoepelde ook de criteria voor abortus in het derde trimester. In de wet stond eerst dat als een voortdurende zwangerschap ‘is likely to result in the death of the woman or substantially and irremediably impart the mental or physical health of the woman’, dat er slechts dan in het derde trimester abortus gepleegd mag worden. Het wetsvoorstel schrapte de woorden ’substantially and irremediably’.  

Bij een hoorzitting over dit wetsvoorstel werd de indiener van het wetsvoorstel ertoe verleid toe te geven dat met deze wetsaanpassing het technisch mogelijk zou worden om abortus te plegen tot het moment van geboorte als de dokter daarmee instemt. Dat veroorzaakte natuurlijk een golf van verontwaardiging. Virginia’s gouverneur Northam werd gevraagd wat er moest gebeuren als een dergelijke late, maar mislukte abortuspoging een levende maar ongewenste baby opleverde. Zijn antwoord draaide het wetsvoorstel de das om en wordt nu gezien als bewijs dat de Democraten een extreme visie op abortus hebben en zelfs infanticide goedkeuren. Een nieuw wetsvoorstel dat die kwalificaties voor abortus in het derde trimester met rust liet, werd later wel aangenomen.

Louisiana Unsafe Abortion Protection Act

In de zaak die nu voor het Hooggerechtshof ligt, June Medical Services v. Russo, wordt een wet in Louisiana aangevochten die vereist dat een dokter die abortussen verricht ook patiënten mag opnemen in een ziekenhuis dat binnen 30 mijl ligt van waar de abortus wordt verricht. Dit zou volgens de klagers betekenen dat het moeilijker zou worden om een abortus te verkrijgen, vanwege de afstanden en de mogelijkheid dat een dokter dergelijke opname privileges niet zou verkrijgen. Voorstanders van de wet betogen slechts dat het om de bescherming van de gezondheid van de vrouw gaat. In 2016 had het Hof een soortgelijke wet in Texas als ongrondwettelijk verklaard. Moet het precedent uit 2016 gevolgd worden omdat het om een bijna identieke wet gaat, of zijn de gevolgen van de wet heel verschillend?  Kan de Louisiana wet wel de ‘undue burden’ test doorstaan in een door conservatieven gedomineerd Hof? Of pakt het nu conservatieve Hooggerechtshof door en zet het Roe v. Wade in zijn geheel opzij? 

2 reacties
pingbacks / trackbacks
  • […] Het recht op abortus staat continu onder druk. Staten willen constant beperkingen opleggen en zodoende het abortusrecht ondermijnen, of uithollen. De afgelopen termijn werd een wet uit Louisiana als ongrondwettelijk verklaard in June Medical Services, LLC v. Russo, maar alleen omdat de conservatieve Opperrechter Roberts de kant van de progressieve rechters koos. Een aantal jaren eerder werd een bijna identieke wet uit Texas ongrondwettelijk verklaard, en Roberts kon dat eigen precedent dus niet zomaar opzij zetten. Maar daar hield zijn sympathie ook wel op. Andere wetten die andere beperkingen op abortus willen opleggen hebben mogelijk meer kans. Interessant is dat RBG zelf niet blij was met de basis waarop het abortusrecht gebaseerd werd in Roe v. Wade, namelijk privacy. RBG had het liever beredeneerd gezien vanuit een andere clausule van het 14e Amendement, namelijk de ‘equal protection of the law’, gelijke behandeling.  […]

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

impeachment trumpRBG